HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← wiegen — definición

Conjugation of wiegen

Regular CEFR C2
/ˈwiɣə(n)/

zachtjes heen en weer bewegen, gewoonlijk om een zuigeling in slaap te brengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik wieg
jij / je wiegt
hij / zij / het wiegt
wij / we wiegen
jullie wiegen
zij / ze wiegen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik wiegde
jij / je wiegde
hij / zij / het wiegde
wij / we wiegden
jullie wiegden
zij / ze wiegden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik wiege
jij / je wiege
hij / zij / het wiege
wij / we wiegen
jullie wiegen
zij / ze wiegen
Aanvoegende wijs — verleden
ik wiegde
jij / je wiegde
hij / zij / het wiegde
wij / we wiegden
jullie wiegden
zij / ze wiegden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij wieg
jullie (archaïsch) wiegt

Onbepaalde vormen

Infinitief
wiegen
Tegenwoordig deelwoord
wiegend
Voltooid deelwoord
gewiegd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary