HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← wieden — definición

Conjugation of wieden

Regular CEFR C2
/ˈʋi.də(n)/

onkruid verwijderen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik wied
jij / je wiedt
hij / zij / het wiedt
wij / we wieden
jullie wieden
zij / ze wieden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik wiedde
jij / je wiedde
hij / zij / het wiedde
wij / we wiedden
jullie wiedden
zij / ze wiedden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik wiede
jij / je wiede
hij / zij / het wiede
wij / we wieden
jullie wieden
zij / ze wieden
Aanvoegende wijs — verleden
ik wiedde
jij / je wiedde
hij / zij / het wiedde
wij / we wiedden
jullie wiedden
zij / ze wiedden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij wied
jullie (archaïsch) wiedt

Onbepaalde vormen

Infinitief
wieden
Tegenwoordig deelwoord
wiedend
Voltooid deelwoord
gewied

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary