HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← wenen — definition

Conjugation of wenen

Regular CEFR C1
ˈʋeːnə(n)

traanvocht uitscheiden door emotie Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ween
jij / je weent
hij / zij / het weent
wij / we wenen
jullie wenen
zij / ze wenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik weende
jij / je weende
hij / zij / het weende
wij / we weenden
jullie weenden
zij / ze weenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik wene
jij / je wene
hij / zij / het wene
wij / we wenen
jullie wenen
zij / ze wenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik weende
jij / je weende
hij / zij / het weende
wij / we weenden
jullie weenden
zij / ze weenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ween
jullie (archaïsch) weent

Onbepaalde vormen

Infinitief
wenen
Tegenwoordig deelwoord
wenend
Voltooid deelwoord
geweend

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary