HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← wenden — definition

Conjugation of wenden

Regular CEFR C2
ˈʋɛndə(n)

van koers veranderen, bij zeilen vooral ook "door de wind gaan": "overstag gaan" of "gijpen" Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik wend
jij / je wendt
hij / zij / het wendt
wij / we wenden
jullie wenden
zij / ze wenden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik wendde
jij / je wendde
hij / zij / het wendde
wij / we wendden
jullie wendden
zij / ze wendden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik wende
jij / je wende
hij / zij / het wende
wij / we wenden
jullie wenden
zij / ze wenden
Aanvoegende wijs — verleden
ik wendde
jij / je wendde
hij / zij / het wendde
wij / we wendden
jullie wendden
zij / ze wendden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij wend
jullie (archaïsch) wendt

Onbepaalde vormen

Infinitief
wenden
Tegenwoordig deelwoord
wendend
Voltooid deelwoord
gewend

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary