HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← wekken — definition

Conjugation of wekken

Regular CEFR B2
ˈʋɛ.kə(n)

wakker maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik wek
jij / je wekt
hij / zij / het wekt
wij / we wekken
jullie wekken
zij / ze wekken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik wekte
jij / je wekte
hij / zij / het wekte
wij / we wekten
jullie wekten
zij / ze wekten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik wekke
jij / je wekke
hij / zij / het wekke
wij / we wekken
jullie wekken
zij / ze wekken
Aanvoegende wijs — verleden
ik wekte
jij / je wekte
hij / zij / het wekte
wij / we wekten
jullie wekten
zij / ze wekten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij wek
jullie (archaïsch) wekt

Onbepaalde vormen

Infinitief
wekken
Tegenwoordig deelwoord
wekkend
Voltooid deelwoord
gewekt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary