HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← weiden — definition

Conjugation of weiden

Regular CEFR C2
ˈʋɛi̯də(n)

vee op een stuk grond laten grazen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik weid
jij / je weidt
hij / zij / het weidt
wij / we weiden
jullie weiden
zij / ze weiden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik weidde
jij / je weidde
hij / zij / het weidde
wij / we weidden
jullie weidden
zij / ze weidden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik weide
jij / je weide
hij / zij / het weide
wij / we weiden
jullie weiden
zij / ze weiden
Aanvoegende wijs — verleden
ik weidde
jij / je weidde
hij / zij / het weidde
wij / we weidden
jullie weidden
zij / ze weidden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij weid
jullie (archaïsch) weidt

Onbepaalde vormen

Infinitief
weiden
Tegenwoordig deelwoord
weidend
Voltooid deelwoord
geweid

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary