HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← weerspreken — definición

Conjugation of weerspreken

Regular CEFR C1
/ˌʋeːrˈspreː.kə(n)/

in tegenspraak zijn met, onverenigbaar zijn met (abstract begrip) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik weerspreek
jij / je weerspreekt
hij / zij / het weerspreekt
wij / we weerspreken
jullie weerspreken
zij / ze weerspreken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik weersprak
jij / je weersprak
hij / zij / het weersprak
wij / we weerspraken
jullie weerspraken
zij / ze weerspraken

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik weerspreke
jij / je weerspreke
hij / zij / het weerspreke
wij / we weerspreken
jullie weerspreken
zij / ze weerspreken
Aanvoegende wijs — verleden
ik weersprake
jij / je weersprake
hij / zij / het weersprake
wij / we weerspraken
jullie weerspraken
zij / ze weerspraken

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij weerspreek
jullie (archaïsch) weerspreekt

Onbepaalde vormen

Infinitief
weerspreken
Tegenwoordig deelwoord
weersprekend
Voltooid deelwoord
weersproken

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary