HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← weeklagen — definition

Conjugation of weeklagen

Regular CEFR B2

een jammerklacht aanheffen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik weeklaag
jij / je weeklaagt
hij / zij / het weeklaagt
wij / we weeklagen
jullie weeklagen
zij / ze weeklagen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik weeklaagde
jij / je weeklaagde
hij / zij / het weeklaagde
wij / we weeklaagden
jullie weeklaagden
zij / ze weeklaagden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik weeklage
jij / je weeklage
hij / zij / het weeklage
wij / we weeklagen
jullie weeklagen
zij / ze weeklagen
Aanvoegende wijs — verleden
ik weeklaagde
jij / je weeklaagde
hij / zij / het weeklaagde
wij / we weeklaagden
jullie weeklaagden
zij / ze weeklaagden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij weeklaag
jullie (archaïsch) weeklaagt

Onbepaalde vormen

Infinitief
weeklagen
Tegenwoordig deelwoord
weeklagend
Voltooid deelwoord
geweeklaagd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary