HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← warmen — definition

Conjugation of warmen

Regular CEFR C2
ˈʋɑr.mə(n)

zich ~ zich in warmte koesteren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik warm
jij / je warmt
hij / zij / het warmt
wij / we warmen
jullie warmen
zij / ze warmen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik warmde
jij / je warmde
hij / zij / het warmde
wij / we warmden
jullie warmden
zij / ze warmden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik warme
jij / je warme
hij / zij / het warme
wij / we warmen
jullie warmen
zij / ze warmen
Aanvoegende wijs — verleden
ik warmde
jij / je warmde
hij / zij / het warmde
wij / we warmden
jullie warmden
zij / ze warmden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij warm
jullie (archaïsch) warmt

Onbepaalde vormen

Infinitief
warmen
Tegenwoordig deelwoord
warmend
Voltooid deelwoord
gewarmd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary