HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← wapenen — definition

Conjugation of wapenen

Regular CEFR C2
ˈʋaːpənə(n)

zich ~ tegen: zich versterken ter bescherming tegen aanvallen, zich voorbereiden op aanvallen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik wapen
jij / je wapent
hij / zij / het wapent
wij / we wapenen
jullie wapenen
zij / ze wapenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik wapende
jij / je wapende
hij / zij / het wapende
wij / we wapenden
jullie wapenden
zij / ze wapenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik wapene
jij / je wapene
hij / zij / het wapene
wij / we wapenen
jullie wapenen
zij / ze wapenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik wapende
jij / je wapende
hij / zij / het wapende
wij / we wapenden
jullie wapenden
zij / ze wapenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij wapen
jullie (archaïsch) wapent

Onbepaalde vormen

Infinitief
wapenen
Tegenwoordig deelwoord
wapenend
Voltooid deelwoord
gewapend

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary