HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← wantrouwen — definition

Conjugation of wantrouwen

Regular CEFR C2
ˈwɑntrɑuwə(n)

niet vertrouwen, argwanend zijn tegen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik wantrouw
jij / je wantrouwt
hij / zij / het wantrouwt
wij / we wantrouwen
jullie wantrouwen
zij / ze wantrouwen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik wantrouwde
jij / je wantrouwde
hij / zij / het wantrouwde
wij / we wantrouwden
jullie wantrouwden
zij / ze wantrouwden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik wantrouwe
jij / je wantrouwe
hij / zij / het wantrouwe
wij / we wantrouwen
jullie wantrouwen
zij / ze wantrouwen
Aanvoegende wijs — verleden
ik wantrouwde
jij / je wantrouwde
hij / zij / het wantrouwde
wij / we wantrouwden
jullie wantrouwden
zij / ze wantrouwden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij wantrouw
jullie (archaïsch) wantrouwt

Onbepaalde vormen

Infinitief
wantrouwen
Tegenwoordig deelwoord
wantrouwend
Voltooid deelwoord
wantrouwd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary