HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← wangeloven — definición

Conjugation of wangeloven

Regular CEFR B2
/ʋɑn.ɣə.loː.və(n)/

to disbelieve Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik wangeloof
jij / je wangelooft
hij / zij / het wangelooft
wij / we wangeloven
jullie wangeloven
zij / ze wangeloven
Verleden tijd (o.v.t.)
ik wangeloofde
jij / je wangeloofde
hij / zij / het wangeloofde
wij / we wangeloofden
jullie wangeloofden
zij / ze wangeloofden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik wangelove
jij / je wangelove
hij / zij / het wangelove
wij / we wangeloven
jullie wangeloven
zij / ze wangeloven
Aanvoegende wijs — verleden
ik wangeloofde
jij / je wangeloofde
hij / zij / het wangeloofde
wij / we wangeloofden
jullie wangeloofden
zij / ze wangeloofden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij wangeloof
jullie (archaïsch) wangelooft

Onbepaalde vormen

Infinitief
wangeloven
Tegenwoordig deelwoord
wangelovend
Voltooid deelwoord
wangeloofd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary