HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← waggelen — definición

Conjugation of waggelen

Regular CEFR C2

zijdelings slingerend zich ergens heen begeven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik waggel
jij / je waggelt
hij / zij / het waggelt
wij / we waggelen
jullie waggelen
zij / ze waggelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik waggelde
jij / je waggelde
hij / zij / het waggelde
wij / we waggelden
jullie waggelden
zij / ze waggelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik waggele
jij / je waggele
hij / zij / het waggele
wij / we waggelen
jullie waggelen
zij / ze waggelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik waggelde
jij / je waggelde
hij / zij / het waggelde
wij / we waggelden
jullie waggelden
zij / ze waggelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij waggel
jullie (archaïsch) waggelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
waggelen
Tegenwoordig deelwoord
waggelend
Voltooid deelwoord
gewaggeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary