HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← wagen — definición

Conjugation of wagen

Regular CEFR A2
/ˈʋaːɣə(n)/

iets ondernemen waarvan je niet zeker bent dat het zal lukken` Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik waag
jij / je waagt
hij / zij / het waagt
wij / we wagen
jullie wagen
zij / ze wagen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik waagde
jij / je waagde
hij / zij / het waagde
wij / we waagden
jullie waagden
zij / ze waagden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik wage
jij / je wage
hij / zij / het wage
wij / we wagen
jullie wagen
zij / ze wagen
Aanvoegende wijs — verleden
ik waagde
jij / je waagde
hij / zij / het waagde
wij / we waagden
jullie waagden
zij / ze waagden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij waag
jullie (archaïsch) waagt

Onbepaalde vormen

Infinitief
wagen
Tegenwoordig deelwoord
wagend
Voltooid deelwoord
gewaagd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary