HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← waden — definition

Conjugation of waden

Regular CEFR C2
ˈʋaːdə(n)

door ondiep water lopen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik waad
jij / je waadt
hij / zij / het waadt
wij / we waden
jullie waden
zij / ze waden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik waadde
jij / je waadde
hij / zij / het waadde
wij / we waadden
jullie waadden
zij / ze waadden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik wade
jij / je wade
hij / zij / het wade
wij / we waden
jullie waden
zij / ze waden
Aanvoegende wijs — verleden
ik waadde
jij / je waadde
hij / zij / het waadde
wij / we waadden
jullie waadden
zij / ze waadden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij waad
jullie (archaïsch) waadt

Onbepaalde vormen

Infinitief
waden
Tegenwoordig deelwoord
wadend
Voltooid deelwoord
gewaad

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary