HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← waaieren — definition

Conjugation of waaieren

Regular CEFR B2

een waaier gebruiken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik waaier
jij / je waaiert
hij / zij / het waaiert
wij / we waaieren
jullie waaieren
zij / ze waaieren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik waaierde
jij / je waaierde
hij / zij / het waaierde
wij / we waaierden
jullie waaierden
zij / ze waaierden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik waaiere
jij / je waaiere
hij / zij / het waaiere
wij / we waaieren
jullie waaieren
zij / ze waaieren
Aanvoegende wijs — verleden
ik waaierde
jij / je waaierde
hij / zij / het waaierde
wij / we waaierden
jullie waaierden
zij / ze waaierden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij waaier
jullie (archaïsch) waaiert

Onbepaalde vormen

Infinitief
waaieren
Tegenwoordig deelwoord
waaierend
Voltooid deelwoord
gewaaierd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary