HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vrijen — definición

Conjugation of vrijen

Regular CEFR B2
/ˈvrɛi̯ə(n)/

relatie met iemand hebben Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vrij
jij / je vrijt
hij / zij / het vrijt
wij / we vrijen
jullie vrijen
zij / ze vrijen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vree
jij / je vree
hij / zij / het vree
wij / we vreeën
jullie vreeën
zij / ze vreeën

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vrije
jij / je vrije
hij / zij / het vrije
wij / we vrijen
jullie vrijen
zij / ze vrijen
Aanvoegende wijs — verleden
ik vreeë
jij / je vreeë
hij / zij / het vreeë
wij / we vreeën
jullie vreeën
zij / ze vreeën

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vrij
jullie (archaïsch) vrijt

Onbepaalde vormen

Infinitief
vrijen
Tegenwoordig deelwoord
vrijend
Voltooid deelwoord
gevreeën

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary