HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vouwen — definition

Conjugation of vouwen

Regular CEFR C2
ˈvɑu̯.ə(n)

twee delen over een naad tezamen buigen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vouw
jij / je vouwt
hij / zij / het vouwt
wij / we vouwen
jullie vouwen
zij / ze vouwen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vouwde
jij / je vouwde
hij / zij / het vouwde
wij / we vouwden
jullie vouwden
zij / ze vouwden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vouwe
jij / je vouwe
hij / zij / het vouwe
wij / we vouwen
jullie vouwen
zij / ze vouwen
Aanvoegende wijs — verleden
ik vouwde
jij / je vouwde
hij / zij / het vouwde
wij / we vouwden
jullie vouwden
zij / ze vouwden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vouw
jullie (archaïsch) vouwt

Onbepaalde vormen

Infinitief
vouwen
Tegenwoordig deelwoord
vouwend
Voltooid deelwoord
gevouwen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary