HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vorderen — definition

Conjugation of vorderen

Regular CEFR C2
ˈvɔrdərə(n)

dwingend iets opeisen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vorder
jij / je vordert
hij / zij / het vordert
wij / we vorderen
jullie vorderen
zij / ze vorderen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vorderde
jij / je vorderde
hij / zij / het vorderde
wij / we vorderden
jullie vorderden
zij / ze vorderden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vordere
jij / je vordere
hij / zij / het vordere
wij / we vorderen
jullie vorderen
zij / ze vorderen
Aanvoegende wijs — verleden
ik vorderde
jij / je vorderde
hij / zij / het vorderde
wij / we vorderden
jullie vorderden
zij / ze vorderden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vorder
jullie (archaïsch) vordert

Onbepaalde vormen

Infinitief
vorderen
Tegenwoordig deelwoord
vorderend
Voltooid deelwoord
gevorderd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary