HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← voorspellen — definition

Conjugation of voorspellen

Regular CEFR B2
vorˈspɛlə(n)

letter voor letter laten horen hoe een woord wordt geschreven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik voorspel
jij / je voorspelt
hij / zij / het voorspelt
wij / we voorspellen
jullie voorspellen
zij / ze voorspellen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik voorspelde
jij / je voorspelde
hij / zij / het voorspelde
wij / we voorspelden
jullie voorspelden
zij / ze voorspelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik voorspelle
jij / je voorspelle
hij / zij / het voorspelle
wij / we voorspellen
jullie voorspellen
zij / ze voorspellen
Aanvoegende wijs — verleden
ik voorspelde
jij / je voorspelde
hij / zij / het voorspelde
wij / we voorspelden
jullie voorspelden
zij / ze voorspelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij voorspel
jullie (archaïsch) voorspelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
voorspellen
Tegenwoordig deelwoord
voorspellend
Voltooid deelwoord
voorspeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary