HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← volmaken — definition

Conjugation of volmaken

Regular CEFR B2
ˈvɔlˌmaːkə(n)

het genoemde afmaken, voltooien, volbrengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik volmaak
jij / je volmaakt
hij / zij / het volmaakt
wij / we volmaken
jullie volmaken
zij / ze volmaken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik volmaakte
jij / je volmaakte
hij / zij / het volmaakte
wij / we volmaakten
jullie volmaakten
zij / ze volmaakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik volmake
jij / je volmake
hij / zij / het volmake
wij / we volmaken
jullie volmaken
zij / ze volmaken
Aanvoegende wijs — verleden
ik volmaakte
jij / je volmaakte
hij / zij / het volmaakte
wij / we volmaakten
jullie volmaakten
zij / ze volmaakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij volmaak
jullie (archaïsch) volmaakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
volmaken
Tegenwoordig deelwoord
volmakend
Voltooid deelwoord
volmaakt

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary