HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← volgroeien — definition

Conjugation of volgroeien

Regular CEFR B2
vɔlˈɣrui̯ə(n)

volwassen worden, ontwikkelen, rijpen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik volgroei
jij / je volgroeit
hij / zij / het volgroeit
wij / we volgroeien
jullie volgroeien
zij / ze volgroeien
Verleden tijd (o.v.t.)
ik volgroeide
jij / je volgroeide
hij / zij / het volgroeide
wij / we volgroeiden
jullie volgroeiden
zij / ze volgroeiden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik volgroeie
jij / je volgroeie
hij / zij / het volgroeie
wij / we volgroeien
jullie volgroeien
zij / ze volgroeien
Aanvoegende wijs — verleden
ik volgroeide
jij / je volgroeide
hij / zij / het volgroeide
wij / we volgroeiden
jullie volgroeiden
zij / ze volgroeiden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij volgroei
jullie (archaïsch) volgroeit

Onbepaalde vormen

Infinitief
volgroeien
Tegenwoordig deelwoord
volgroeiend
Voltooid deelwoord
volgroeid

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary