HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← volbrengen — definition

Conjugation of volbrengen

Regular CEFR C2
vɔlˈbrɛŋə(n)

geheel uitvoeren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik volbreng
jij / je volbrengt
hij / zij / het volbrengt
wij / we volbrengen
jullie volbrengen
zij / ze volbrengen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik volbracht
jij / je volbracht
hij / zij / het volbracht
wij / we volbrachten
jullie volbrachten
zij / ze volbrachten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik volbrenge
jij / je volbrenge
hij / zij / het volbrenge
wij / we volbrengen
jullie volbrengen
zij / ze volbrengen
Aanvoegende wijs — verleden
ik volbrachte
jij / je volbrachte
hij / zij / het volbrachte
wij / we volbrachten
jullie volbrachten
zij / ze volbrachten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij volbreng
jullie (archaïsch) volbrengt

Onbepaalde vormen

Infinitief
volbrengen
Tegenwoordig deelwoord
volbrengend
Voltooid deelwoord
volbracht

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary