HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← volbouwen — definición

Conjugation of volbouwen

Regular CEFR B2
/vɔlˈbɑu̯ə(n)/

een bepaald gebied geheel met gebouwen vullen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik volbouw
jij / je volbouwt
hij / zij / het volbouwt
wij / we volbouwen
jullie volbouwen
zij / ze volbouwen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik volbouwde
jij / je volbouwde
hij / zij / het volbouwde
wij / we volbouwden
jullie volbouwden
zij / ze volbouwden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik volbouwe
jij / je volbouwe
hij / zij / het volbouwe
wij / we volbouwen
jullie volbouwen
zij / ze volbouwen
Aanvoegende wijs — verleden
ik volbouwde
jij / je volbouwde
hij / zij / het volbouwde
wij / we volbouwden
jullie volbouwden
zij / ze volbouwden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij volbouw
jullie (archaïsch) volbouwt

Onbepaalde vormen

Infinitief
volbouwen
Tegenwoordig deelwoord
volbouwend
Voltooid deelwoord
volbouwd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary