HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← voeteren — definition

Conjugation of voeteren

Regular CEFR B2
ˌvuˈteː.rə(n)

te voet ergens heen gaan. Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik voeteer
jij / je voeteert
hij / zij / het voeteert
wij / we voeteren
jullie voeteren
zij / ze voeteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik voeteerde
jij / je voeteerde
hij / zij / het voeteerde
wij / we voeteerden
jullie voeteerden
zij / ze voeteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik voetere
jij / je voetere
hij / zij / het voetere
wij / we voeteren
jullie voeteren
zij / ze voeteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik voeteerde
jij / je voeteerde
hij / zij / het voeteerde
wij / we voeteerden
jullie voeteerden
zij / ze voeteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij voeteer
jullie (archaïsch) voeteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
voeteren
Tegenwoordig deelwoord
voeterend
Voltooid deelwoord
gevoeteerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary