HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vochten — definition

Conjugation of vochten

Regular CEFR B2
ˈvɔxtə(n)

meervoud verleden tijd van vechten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vocht
jij / je vocht
hij / zij / het vocht
wij / we vochten
jullie vochten
zij / ze vochten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vochtte
jij / je vochtte
hij / zij / het vochtte
wij / we vochtten
jullie vochtten
zij / ze vochtten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vochte
jij / je vochte
hij / zij / het vochte
wij / we vochten
jullie vochten
zij / ze vochten
Aanvoegende wijs — verleden
ik vochtte
jij / je vochtte
hij / zij / het vochtte
wij / we vochtten
jullie vochtten
zij / ze vochtten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vocht
jullie (archaïsch) vocht

Onbepaalde vormen

Infinitief
vochten
Tegenwoordig deelwoord
vochtend
Voltooid deelwoord
gevocht

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary