HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vliegen — definition

Conjugation of vliegen

Regular CEFR A2
ˈvli.ɣə(n)

zich door de lucht voortbewegen met behulp van een vliegtuig Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vlieg
jij / je vliegt
hij / zij / het vliegt
wij / we vliegen
jullie vliegen
zij / ze vliegen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vloog
jij / je vloog
hij / zij / het vloog
wij / we vlogen
jullie vlogen
zij / ze vlogen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vliege
jij / je vliege
hij / zij / het vliege
wij / we vliegen
jullie vliegen
zij / ze vliegen
Aanvoegende wijs — verleden
ik vloge
jij / je vloge
hij / zij / het vloge
wij / we vlogen
jullie vlogen
zij / ze vlogen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vlieg
jullie (archaïsch) vliegt

Onbepaalde vormen

Infinitief
vliegen
Tegenwoordig deelwoord
vliegend
Voltooid deelwoord
gevlogen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary