HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vissen — definición

Conjugation of vissen

Regular CEFR B1
/ˈvɪ.sə(n)/

iets proberen te weten te komen, proberen iemand iets te laten zeggen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vis
jij / je vist
hij / zij / het vist
wij / we vissen
jullie vissen
zij / ze vissen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik viste
jij / je viste
hij / zij / het viste
wij / we visten
jullie visten
zij / ze visten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik visse
jij / je visse
hij / zij / het visse
wij / we vissen
jullie vissen
zij / ze vissen
Aanvoegende wijs — verleden
ik viste
jij / je viste
hij / zij / het viste
wij / we visten
jullie visten
zij / ze visten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vis
jullie (archaïsch) vist

Onbepaalde vormen

Infinitief
vissen
Tegenwoordig deelwoord
vissend
Voltooid deelwoord
gevist

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary