HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vingeren — definition

Conjugation of vingeren

Regular CEFR C2
ˈvɪ.ŋə.rə(n)

met de hand of vinger bevredigen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vinger
jij / je vingert
hij / zij / het vingert
wij / we vingeren
jullie vingeren
zij / ze vingeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vingerde
jij / je vingerde
hij / zij / het vingerde
wij / we vingerden
jullie vingerden
zij / ze vingerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vingere
jij / je vingere
hij / zij / het vingere
wij / we vingeren
jullie vingeren
zij / ze vingeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik vingerde
jij / je vingerde
hij / zij / het vingerde
wij / we vingerden
jullie vingerden
zij / ze vingerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vinger
jullie (archaïsch) vingert

Onbepaalde vormen

Infinitief
vingeren
Tegenwoordig deelwoord
vingerend
Voltooid deelwoord
gevingerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary