HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vindiceren — definition

Conjugation of vindiceren

Regular CEFR B2

al zijn eigendommen opeisen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vindiceer
jij / je vindiceert
hij / zij / het vindiceert
wij / we vindiceren
jullie vindiceren
zij / ze vindiceren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vindiceerde
jij / je vindiceerde
hij / zij / het vindiceerde
wij / we vindiceerden
jullie vindiceerden
zij / ze vindiceerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vindicere
jij / je vindicere
hij / zij / het vindicere
wij / we vindiceren
jullie vindiceren
zij / ze vindiceren
Aanvoegende wijs — verleden
ik vindiceerde
jij / je vindiceerde
hij / zij / het vindiceerde
wij / we vindiceerden
jullie vindiceerden
zij / ze vindiceerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vindiceer
jullie (archaïsch) vindiceert

Onbepaalde vormen

Infinitief
vindiceren
Tegenwoordig deelwoord
vindicerend
Voltooid deelwoord
gevindiceerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary