HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vijlen — definition

Conjugation of vijlen

Regular CEFR B1
ˈvɛi̯.lə(n)

met een vijl werken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vijl
jij / je vijlt
hij / zij / het vijlt
wij / we vijlen
jullie vijlen
zij / ze vijlen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vijlde
jij / je vijlde
hij / zij / het vijlde
wij / we vijlden
jullie vijlden
zij / ze vijlden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vijle
jij / je vijle
hij / zij / het vijle
wij / we vijlen
jullie vijlen
zij / ze vijlen
Aanvoegende wijs — verleden
ik vijlde
jij / je vijlde
hij / zij / het vijlde
wij / we vijlden
jullie vijlden
zij / ze vijlden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vijl
jullie (archaïsch) vijlt

Onbepaalde vormen

Infinitief
vijlen
Tegenwoordig deelwoord
vijlend
Voltooid deelwoord
gevijld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary