HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vigeren — definition

Conjugation of vigeren

Regular CEFR B1
ˌviˈɣeː.rə(n)

gelden, van kracht zijn Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vigeer
jij / je vigeert
hij / zij / het vigeert
wij / we vigeren
jullie vigeren
zij / ze vigeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vigeerde
jij / je vigeerde
hij / zij / het vigeerde
wij / we vigeerden
jullie vigeerden
zij / ze vigeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vigere
jij / je vigere
hij / zij / het vigere
wij / we vigeren
jullie vigeren
zij / ze vigeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik vigeerde
jij / je vigeerde
hij / zij / het vigeerde
wij / we vigeerden
jullie vigeerden
zij / ze vigeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vigeer
jullie (archaïsch) vigeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
vigeren
Tegenwoordig deelwoord
vigerend
Voltooid deelwoord
gevigeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary