HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vibreren — definition

Conjugation of vibreren

Regular CEFR C2
ˌviˈbreː.rə(n)

trillen, in staat van trilling verkeren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vibreer
jij / je vibreert
hij / zij / het vibreert
wij / we vibreren
jullie vibreren
zij / ze vibreren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vibreerde
jij / je vibreerde
hij / zij / het vibreerde
wij / we vibreerden
jullie vibreerden
zij / ze vibreerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vibrere
jij / je vibrere
hij / zij / het vibrere
wij / we vibreren
jullie vibreren
zij / ze vibreren
Aanvoegende wijs — verleden
ik vibreerde
jij / je vibreerde
hij / zij / het vibreerde
wij / we vibreerden
jullie vibreerden
zij / ze vibreerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vibreer
jullie (archaïsch) vibreert

Onbepaalde vormen

Infinitief
vibreren
Tegenwoordig deelwoord
vibrerend
Voltooid deelwoord
gevibreerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary