Conjugation of verzorgen
/vərˈzɔr.ɣə(n)/erop toezien dat een persoon of een dier het nodige verkrijgt Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | verzorg |
| jij / je | verzorgt |
| hij / zij / het | verzorgt |
| wij / we | verzorgen |
| jullie | verzorgen |
| zij / ze | verzorgen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | verzorgde |
| jij / je | verzorgde |
| hij / zij / het | verzorgde |
| wij / we | verzorgden |
| jullie | verzorgden |
| zij / ze | verzorgden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | verzorge |
| jij / je | verzorge |
| hij / zij / het | verzorge |
| wij / we | verzorgen |
| jullie | verzorgen |
| zij / ze | verzorgen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | verzorgde |
| jij / je | verzorgde |
| hij / zij / het | verzorgde |
| wij / we | verzorgden |
| jullie | verzorgden |
| zij / ze | verzorgden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | verzorg |
| jullie (archaïsch) | verzorgt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | verzorgen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | verzorgend |
Voltooid deelwoord
| — | verzorgd |