Conjugation of verwittigen
~ van iemand ergens van op de hoogte brengen Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | verwittig |
| jij / je | verwittigt |
| hij / zij / het | verwittigt |
| wij / we | verwittigen |
| jullie | verwittigen |
| zij / ze | verwittigen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | verwittigde |
| jij / je | verwittigde |
| hij / zij / het | verwittigde |
| wij / we | verwittigden |
| jullie | verwittigden |
| zij / ze | verwittigden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | verwittige |
| jij / je | verwittige |
| hij / zij / het | verwittige |
| wij / we | verwittigen |
| jullie | verwittigen |
| zij / ze | verwittigen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | verwittigde |
| jij / je | verwittigde |
| hij / zij / het | verwittigde |
| wij / we | verwittigden |
| jullie | verwittigden |
| zij / ze | verwittigden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | verwittig |
| jullie (archaïsch) | verwittigt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | verwittigen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | verwittigend |
Voltooid deelwoord
| — | verwittigd |