HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← verwachten — definition

Conjugation of verwachten

Regular CEFR B1
vərˈwɑxtə(n)

ergens van uitgaan, iets als vooronderstelling aannemen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik verwacht
jij / je verwacht
hij / zij / het verwacht
wij / we verwachten
jullie verwachten
zij / ze verwachten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik verwachtte
jij / je verwachtte
hij / zij / het verwachtte
wij / we verwachtten
jullie verwachtten
zij / ze verwachtten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik verwachte
jij / je verwachte
hij / zij / het verwachte
wij / we verwachten
jullie verwachten
zij / ze verwachten
Aanvoegende wijs — verleden
ik verwachtte
jij / je verwachtte
hij / zij / het verwachtte
wij / we verwachtten
jullie verwachtten
zij / ze verwachtten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij verwacht
jullie (archaïsch) verwacht

Onbepaalde vormen

Infinitief
verwachten
Tegenwoordig deelwoord
verwachtend
Voltooid deelwoord
verwacht

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary