HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vervroegen — definition

Conjugation of vervroegen

Regular CEFR C2
vərˈvruɣən

iets eerder laten plaatsvinden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vervroeg
jij / je vervroegt
hij / zij / het vervroegt
wij / we vervroegen
jullie vervroegen
zij / ze vervroegen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vervroegde
jij / je vervroegde
hij / zij / het vervroegde
wij / we vervroegden
jullie vervroegden
zij / ze vervroegden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vervroege
jij / je vervroege
hij / zij / het vervroege
wij / we vervroegen
jullie vervroegen
zij / ze vervroegen
Aanvoegende wijs — verleden
ik vervroegde
jij / je vervroegde
hij / zij / het vervroegde
wij / we vervroegden
jullie vervroegden
zij / ze vervroegden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vervroeg
jullie (archaïsch) vervroegt

Onbepaalde vormen

Infinitief
vervroegen
Tegenwoordig deelwoord
vervroegend
Voltooid deelwoord
vervroegd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary