Conjugation of vertegenwoordigen
/vərˌteː.ɣə(n)ˈʋoːr.də.ɣə(n)/spreken of aanwezig zijn in naam van een groep of organisatie Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | vertegenwoordig |
| jij / je | vertegenwoordigt |
| hij / zij / het | vertegenwoordigt |
| wij / we | vertegenwoordigen |
| jullie | vertegenwoordigen |
| zij / ze | vertegenwoordigen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | vertegenwoordigde |
| jij / je | vertegenwoordigde |
| hij / zij / het | vertegenwoordigde |
| wij / we | vertegenwoordigden |
| jullie | vertegenwoordigden |
| zij / ze | vertegenwoordigden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | vertegenwoordige |
| jij / je | vertegenwoordige |
| hij / zij / het | vertegenwoordige |
| wij / we | vertegenwoordigen |
| jullie | vertegenwoordigen |
| zij / ze | vertegenwoordigen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | vertegenwoordigde |
| jij / je | vertegenwoordigde |
| hij / zij / het | vertegenwoordigde |
| wij / we | vertegenwoordigden |
| jullie | vertegenwoordigden |
| zij / ze | vertegenwoordigden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | vertegenwoordig |
| jullie (archaïsch) | vertegenwoordigt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | vertegenwoordigen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | vertegenwoordigend |
Voltooid deelwoord
| — | vertegenwoordigd |