HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← verspreken — definición

Conjugation of verspreken

Regular CEFR B2
/ˌvərˈspreː.kə(n)/

zich ~: een uitspraak doen die men niet zo bedoelde te maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik verspreek
jij / je verspreekt
hij / zij / het verspreekt
wij / we verspreken
jullie verspreken
zij / ze verspreken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik versprak
jij / je versprak
hij / zij / het versprak
wij / we verspraken
jullie verspraken
zij / ze verspraken

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik verspreke
jij / je verspreke
hij / zij / het verspreke
wij / we verspreken
jullie verspreken
zij / ze verspreken
Aanvoegende wijs — verleden
ik versprake
jij / je versprake
hij / zij / het versprake
wij / we verspraken
jullie verspraken
zij / ze verspraken

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij verspreek
jullie (archaïsch) verspreekt

Onbepaalde vormen

Infinitief
verspreken
Tegenwoordig deelwoord
versprekend
Voltooid deelwoord
versproken

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary