HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← versnellen — definition

Conjugation of versnellen

Regular CEFR C1
vərˈsnɛ.lə(n)

veranderen van de snelheid Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik versnel
jij / je versnelt
hij / zij / het versnelt
wij / we versnellen
jullie versnellen
zij / ze versnellen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik versnelde
jij / je versnelde
hij / zij / het versnelde
wij / we versnelden
jullie versnelden
zij / ze versnelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik versnelle
jij / je versnelle
hij / zij / het versnelle
wij / we versnellen
jullie versnellen
zij / ze versnellen
Aanvoegende wijs — verleden
ik versnelde
jij / je versnelde
hij / zij / het versnelde
wij / we versnelden
jullie versnelden
zij / ze versnelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij versnel
jullie (archaïsch) versnelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
versnellen
Tegenwoordig deelwoord
versnellend
Voltooid deelwoord
versneld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary