HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← verpozen — definition

Conjugation of verpozen

Regular CEFR B2

zich ~: uitrusten, uitblazen, ontspannen, pauzeren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik verpoos
jij / je verpoost
hij / zij / het verpoost
wij / we verpozen
jullie verpozen
zij / ze verpozen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik verpoosde
jij / je verpoosde
hij / zij / het verpoosde
wij / we verpoosden
jullie verpoosden
zij / ze verpoosden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik verpoze
jij / je verpoze
hij / zij / het verpoze
wij / we verpozen
jullie verpozen
zij / ze verpozen
Aanvoegende wijs — verleden
ik verpoosde
jij / je verpoosde
hij / zij / het verpoosde
wij / we verpoosden
jullie verpoosden
zij / ze verpoosden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij verpoos
jullie (archaïsch) verpoost

Onbepaalde vormen

Infinitief
verpozen
Tegenwoordig deelwoord
verpozend
Voltooid deelwoord
verpoosd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary