Conjugation of verontwaardigen
boos maken; woedend maken; sterk afkeuren Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | verontwaardig |
| jij / je | verontwaardigt |
| hij / zij / het | verontwaardigt |
| wij / we | verontwaardigen |
| jullie | verontwaardigen |
| zij / ze | verontwaardigen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | verontwaardigde |
| jij / je | verontwaardigde |
| hij / zij / het | verontwaardigde |
| wij / we | verontwaardigden |
| jullie | verontwaardigden |
| zij / ze | verontwaardigden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | verontwaardige |
| jij / je | verontwaardige |
| hij / zij / het | verontwaardige |
| wij / we | verontwaardigen |
| jullie | verontwaardigen |
| zij / ze | verontwaardigen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | verontwaardigde |
| jij / je | verontwaardigde |
| hij / zij / het | verontwaardigde |
| wij / we | verontwaardigden |
| jullie | verontwaardigden |
| zij / ze | verontwaardigden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | verontwaardig |
| jullie (archaïsch) | verontwaardigt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | verontwaardigen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | verontwaardigend |
Voltooid deelwoord
| — | verontwaardigd |