Conjugation of veronderstellen
/vərˌɔn.dərˈstɛ.lə(n)/een bepaalde aanname maken Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | veronderstel |
| jij / je | veronderstelt |
| hij / zij / het | veronderstelt |
| wij / we | veronderstellen |
| jullie | veronderstellen |
| zij / ze | veronderstellen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | veronderstelde |
| jij / je | veronderstelde |
| hij / zij / het | veronderstelde |
| wij / we | veronderstelden |
| jullie | veronderstelden |
| zij / ze | veronderstelden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | veronderstelle |
| jij / je | veronderstelle |
| hij / zij / het | veronderstelle |
| wij / we | veronderstellen |
| jullie | veronderstellen |
| zij / ze | veronderstellen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | veronderstelde |
| jij / je | veronderstelde |
| hij / zij / het | veronderstelde |
| wij / we | veronderstelden |
| jullie | veronderstelden |
| zij / ze | veronderstelden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | veronderstel |
| jullie (archaïsch) | veronderstelt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | veronderstellen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | veronderstellend |
Voltooid deelwoord
| — | verondersteld |