HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vermeerderen — definition

Conjugation of vermeerderen

Regular CEFR C2

in getal doen toenemen of laten toenemen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vermeerder
jij / je vermeerdert
hij / zij / het vermeerdert
wij / we vermeerderen
jullie vermeerderen
zij / ze vermeerderen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vermeerderde
jij / je vermeerderde
hij / zij / het vermeerderde
wij / we vermeerderden
jullie vermeerderden
zij / ze vermeerderden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vermeerdere
jij / je vermeerdere
hij / zij / het vermeerdere
wij / we vermeerderen
jullie vermeerderen
zij / ze vermeerderen
Aanvoegende wijs — verleden
ik vermeerderde
jij / je vermeerderde
hij / zij / het vermeerderde
wij / we vermeerderden
jullie vermeerderden
zij / ze vermeerderden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vermeerder
jullie (archaïsch) vermeerdert

Onbepaalde vormen

Infinitief
vermeerderen
Tegenwoordig deelwoord
vermeerderend
Voltooid deelwoord
vermeerderd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary