HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← verluiden — definition

Conjugation of verluiden

Regular CEFR B2

het luiden van klokken —al of niet van de kerk— naar aanleiding van het overlijden van iemand Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik verluid
jij / je verluidt
hij / zij / het verluidt
wij / we verluiden
jullie verluiden
zij / ze verluiden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik verluidde
jij / je verluidde
hij / zij / het verluidde
wij / we verluidden
jullie verluidden
zij / ze verluidden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik verluide
jij / je verluide
hij / zij / het verluide
wij / we verluiden
jullie verluiden
zij / ze verluiden
Aanvoegende wijs — verleden
ik verluidde
jij / je verluidde
hij / zij / het verluidde
wij / we verluidden
jullie verluidden
zij / ze verluidden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij verluid
jullie (archaïsch) verluidt

Onbepaalde vormen

Infinitief
verluiden
Tegenwoordig deelwoord
verluidend
Voltooid deelwoord
verluid

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary