HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← verlenen — definition

Conjugation of verlenen

Regular CEFR C1
vərˈleː.nə(n)

iemand iets ~: iemand begunstigen met iets, iemand iets toestaan Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik verleen
jij / je verleent
hij / zij / het verleent
wij / we verlenen
jullie verlenen
zij / ze verlenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik verleende
jij / je verleende
hij / zij / het verleende
wij / we verleenden
jullie verleenden
zij / ze verleenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik verlene
jij / je verlene
hij / zij / het verlene
wij / we verlenen
jullie verlenen
zij / ze verlenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik verleende
jij / je verleende
hij / zij / het verleende
wij / we verleenden
jullie verleenden
zij / ze verleenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij verleen
jullie (archaïsch) verleent

Onbepaalde vormen

Infinitief
verlenen
Tegenwoordig deelwoord
verlenend
Voltooid deelwoord
verleend

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary