Conjugation of verkondigen
/vərˈkɔn.də.ɣə(n)/bekend maken en sterk aanbevelen gewoonlijk aan een groep of menigte Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | verkondig |
| jij / je | verkondigt |
| hij / zij / het | verkondigt |
| wij / we | verkondigen |
| jullie | verkondigen |
| zij / ze | verkondigen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | verkondigde |
| jij / je | verkondigde |
| hij / zij / het | verkondigde |
| wij / we | verkondigden |
| jullie | verkondigden |
| zij / ze | verkondigden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | verkondige |
| jij / je | verkondige |
| hij / zij / het | verkondige |
| wij / we | verkondigen |
| jullie | verkondigen |
| zij / ze | verkondigen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | verkondigde |
| jij / je | verkondigde |
| hij / zij / het | verkondigde |
| wij / we | verkondigden |
| jullie | verkondigden |
| zij / ze | verkondigden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | verkondig |
| jullie (archaïsch) | verkondigt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | verkondigen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | verkondigend |
Voltooid deelwoord
| — | verkondigd |