HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← verkoelen — definition

Conjugation of verkoelen

Regular CEFR B2
vərˈku.lə(n)

koel, koud, koeler maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik verkoel
jij / je verkoelt
hij / zij / het verkoelt
wij / we verkoelen
jullie verkoelen
zij / ze verkoelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik verkoelde
jij / je verkoelde
hij / zij / het verkoelde
wij / we verkoelden
jullie verkoelden
zij / ze verkoelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik verkoele
jij / je verkoele
hij / zij / het verkoele
wij / we verkoelen
jullie verkoelen
zij / ze verkoelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik verkoelde
jij / je verkoelde
hij / zij / het verkoelde
wij / we verkoelden
jullie verkoelden
zij / ze verkoelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij verkoel
jullie (archaïsch) verkoelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
verkoelen
Tegenwoordig deelwoord
verkoelend
Voltooid deelwoord
verkoeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary