HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← verhuizen — definition

Conjugation of verhuizen

Regular CEFR B1
vərˈɦœy̯ˌzə(n)

van woon- of vestigingsplaats veranderen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik verhuis
jij / je verhuist
hij / zij / het verhuist
wij / we verhuizen
jullie verhuizen
zij / ze verhuizen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik verhuisde
jij / je verhuisde
hij / zij / het verhuisde
wij / we verhuisden
jullie verhuisden
zij / ze verhuisden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik verhuize
jij / je verhuize
hij / zij / het verhuize
wij / we verhuizen
jullie verhuizen
zij / ze verhuizen
Aanvoegende wijs — verleden
ik verhuisde
jij / je verhuisde
hij / zij / het verhuisde
wij / we verhuisden
jullie verhuisden
zij / ze verhuisden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij verhuis
jullie (archaïsch) verhuist

Onbepaalde vormen

Infinitief
verhuizen
Tegenwoordig deelwoord
verhuizend
Voltooid deelwoord
verhuisd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary