HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vergezellen — definición

Conjugation of vergezellen

Regular CEFR C1
/vər.ɣəˈzɛ.lə(n)/

met iemand meegaan Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vergezel
jij / je vergezelt
hij / zij / het vergezelt
wij / we vergezellen
jullie vergezellen
zij / ze vergezellen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vergezelde
jij / je vergezelde
hij / zij / het vergezelde
wij / we vergezelden
jullie vergezelden
zij / ze vergezelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vergezelle
jij / je vergezelle
hij / zij / het vergezelle
wij / we vergezellen
jullie vergezellen
zij / ze vergezellen
Aanvoegende wijs — verleden
ik vergezelde
jij / je vergezelde
hij / zij / het vergezelde
wij / we vergezelden
jullie vergezelden
zij / ze vergezelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vergezel
jullie (archaïsch) vergezelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
vergezellen
Tegenwoordig deelwoord
vergezellend
Voltooid deelwoord
vergezeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary